klikhier

Info Beeldhouwkunst

beeldhouwen_1202_b_zww_def

In dit atelier staat de ruimtelijke vormgeving centraal. Waarneming, compositie, expressie en techniek lopen als een rode draad doorheen de opleiding.
We benaderen de beeldhouwkunst zowel vanuit klassiek als hedendaags perspectief.
Binnen deze opleiding zal je gestimuleerd worden om op zoek te gaan naar je eigen vormentaal zodat je op een speelse manier de werkelijkheid leert te benaderen.

Het atelier beeldhouwkunst biedt je in de eerste twee jaren een grondige vaktechnische basis.
Je leert via je opdrachten ruimtelijk inzicht te verwerven, vorm te geven en expressie weer te geven. Je maakt kennis met de anatomie, je boetseert in klei en je maakt afgietsels in gips. Alle opdrachten zijn specifieke vormstudies die steeds gekoppeld zijn aan specifieke beeldhouwtechnieken.

Vanaf jaar 3 worden de opdrachten meer individueel ingevuld en zal je je meer gaan toeleggen op technieken naar eigen keuze zoals boetseren, werken met hout, lassen, solderen, sculpteren, assembleren, enz…

In jaar 4 en 5 wordt de persoonlijke vormentaal verder uitgepuurd, wat moet resulteren in een sterk, individueel eindproject. Hierbij zijn aspecten als afwerking en presentatie van groot belang.

 

ATELIERTIJDEN (Ateliers Groenewoud)

maandag       

  • 13.30u tot 17.00u
  • 18.30u tot 22.00u (vaste avond jaar 1)

dinsdag          

  • 13.30u tot 17.00u
  • 18.30u tot 22.00u 


woensdag

  • 18.30u tot 22.00u

Je kiest twee van de aangeboden mogelijkheden.
Deze keuze geldt voor het ganse academiejaar.

 

 

 

Jaar 1

In het eerste jaar maak je kennis met de basistechnieken van de beeldhouwkunst, zoals  boetseren in klei, het maken van een eenvoudige gipsmal en het afgieten in gips. Deze technieken vinden toepassingen in boetseeropdrachten die gericht zijn op het aanscherpen van de waarneming, het ontwikkelen van gevoel voor compositie en het ruimtelijk denken.

Je leert ‘voorstudies’ tekenen en boetseren, maakt kennis met het werk van beeldhouwers en leert eenvoudige opdrachten nauwkeurig uitvoeren.

 

Jaar 2

Klei en gips blijft het basismateriaal voor de uitvoering van de meeste opdrachten.

Deze zeer flexibele materialen lenen zich uitstekend voor vormstudies allerhande. Naast waarnemingsoefeningen wordt er geleidelijk aan meer aandacht besteed aan het ontwerpproces.

Je gaat ook voor het eerst eenvoudige lastechnieken inoefenen om onder meer een armatuur (d.i. een metalen geraamte ter versteviging van een kleivorm) te leren samenstellen.

Bij dit alles gaan we steeds op zoek naar verbanden en voorbeelden uit de kunstgeschiedenis.

 

Jaar 3

Dit jaar kan binnen de opleiding aanzien worden als een ‘kanteljaar’. Omdat we ernaar streven om jou in de loop van de opleiding een persoonlijke vormentaal te laten ontwikkelen, komt er vanaf dit jaar meer eigen inbreng in de opleiding. Het jaarprogramma wordt zo samengesteld dat je, naast enkele vaste opdrachten, een eigen selectie kan maken uit een reeks keuzeopdrachten, geheel afhankelijk van jouw individuele mogelijkheden of interesses.

Het ontstaan, de groei en de uitvoering van een werk, kortom de totale evolutie van een ‘creatie’, wordt nauwgezet opgevolgd en ontleed.

 

Jaar 4

De individuele inbreng wordt uitermate belangrijk.

Jij bepaalt, weliswaar in overleg en consensus met de docent, uit welke elementen het individueel jaarprogramma samengesteld wordt in overeenstemming met jouw eigen doelstellingen.

Daarbij kies je ook zelf in welke materialen (steen, metaal, hout, polyester, gips, enz.) jouw werken zullen uitgevoerd worden.

De docent wordt een begeleider die door motivatie, plastische en technische ondersteuning, jouw persoonlijke creatieproces tracht (bij) te sturen en te intensifiëren.

 

Jaar 5

Je werkt aan een zelf gekozen, individueel project waarin alle doelstellingen voor de afronding van de opleiding vervat liggen. Indien nodig voegt de docent enkele elementen aan het project toe om zowel de technische als kunstzinnige verworvenheden naar de vereiste moeilijkheidsgraad op te tillen.

Je werkt in materialen en met technieken naar eigen keuze, zodat de meeste aandacht kan gaan naar persoonlijke interpretatie, vormgeving en zeggingskracht.

Dit alles moet resulteren in een sterk, samenhangend afstudeerproject.

 

Aan het einde van jaar 4 en 5 wordt het werk voorgelegd aan een jury, samengesteld uit 2 kunstenaars van buiten de academie en evenveel vakdocenten van het IKO.

Indien hiervoor geslaagd ontvang je een getuigschrift, erkend door de Vlaamse Gemeenschap.

 

Wat heb je nodig bij aanvang?

Het atelier beschikt over basismateriaal.

Wat je zelf reeds hebt volstaat meestal om te starten. Bijkomend materiaal kan tijdens de duur van de opleiding in onderdelen aangekocht worden. Koop liefst vooraf nog geen materiaal om dure, foute of overbodige investeringen te vermijden. Wacht daarvoor beter tot na de eerste atelierdag waarop dat uitvoerig besproken wordt.